Hoe het is om je kind naar een Sudburyschool te laten gaan.

Door: Mimsy Sadofsky, 1998, Reflections on the Sudbury Model.
Originele titel: How it Feels to Send Your Child to a “Free” School.[1]

In de loop van de jaren hebben wij geconstateerd dat ouders die kiezen om hun kinderen naar de Sudbury Valley School te sturen zeer weinig dingen gemeenschappelijk hebben. Er is bijvoorbeeld geen overeenkomst in sociaaleconomische klasse. Eigenlijk is het zelfs onmogelijk om hen te “classificeren” op basis van de informatie die wij van hen hebben. Het is wel duidelijk dat de meerderheid van de ouders worstelen om onze school te kunnen bekostigen. Er is ook vaak geen overeenkomst in de opvoeding thuis, althans voor zover wij dat kunnen constateren. Vaak blijken het ouders te zijn die hun kinderen doorgaans niet naar particuliere scholen zouden sturen. Het zijn het soort mensen die over het algemeen van mening zijn dat privéscholen een zweem van elitarisme over zich hebben en dat vinden ze onplezierig.

Er is één overeenkomst en dat is dat de ouders een diepliggende wens hebben om het beste te doen wat ze kunnen voor hun kinderen. Het zijn soms mensen die twijfels hebben over het regulier onderwijssysteem, omdat hun kinderen daarin problemen lieten zien. Over het algemeen zijn het mensen die niet achter de status-quo van het grootbrengen van een kind of in de manier waarop het onderwijs werkt staan.

De oprichters van de school hebben uitgebreid geschreven over wat er met kinderen gebeurt die volledig of een gedeelte van hun onderwijs bij Sudbury Valley hebben gehad. Het is ook vrij duidelijk geworden dat ouders hun eigen leven gaan onderzoeken op dezelfde manier waarop de de studenten, in hun eigen tijd, dat ook doen. Dat op zichzelf is al genoeg om veel ouders, die niet bereid zijn om deze uitdaging aan te gaan, af te schrikken. Het lijkt erop dat deze bereidheid om op intense manier je eigen leven te onderzoeken, één van de weinige generalisaties is op basis waarvan wij de betrokken ouders kunnen groeperen.

We zouden dus kunnen concluderen dat iemand die de filosofie van Sudbury Valley heeft onderzocht en vertrouwen heeft in de nieuwsgierigheid en het oordeel van hun kind, beslist het kind in te schrijven. Je zou hopen dat deze inschrijving het einde van de bezorgdheid van ouders zou betekenen; dat het besluit om volledig te vertrouwen in het oordeel van het kind een bevrijding voor ouders zou zijn. En het is een bevrijding. Maar ook weer niet. Dit is wat een ouder van een tiener in zijn tweede jaar bij Sudbury Valley aan een andere ouders op een informele bijeenkomst zei:

Voor onze zoon was de filosofie van deze school zo vanzelfsprekend, dat zijn komst hier als logische stap scheen. Voor ons, echter, langzame leerlingen die wij zijn, was het besluit veel meer een geloofsdaad, dan één vanuit rede. Gevormd door de waarden van onze ouders, onze eigen ervaring met onderwijs en de overheersende hedendaagse denkmanier, was het duidelijk dat, om “goede” ouders voor de Sudburyschool te zijn, wij veel van onze diepgewortelde verwachtingen van wat onderwijs zou moeten zijn op zouden moeten geven. We moesten op zoek gaan naar wat wij werkelijk belangrijk vonden in zijn ontwikkeling en de rest negeren. Dit heroriëntatie proces is niet gemakkelijk geweest en je ervaart zeker ook een aantal angstigste momenten, evenals een aantal uiterst gelukkige momenten. Ik realiseer me dat in menig opzicht ‘hoop’ slechts de tegenhanger van ‘vrees’ is. Wij hopen dat er iets goeds van gaat komen, terwijl we vrezen dat het niet gebeurt. De ene dag ligt het muntstuk met de kop boven, de andere dag op de tegenovergestelde kant. Dit draagt bij tot een mooie en opwindende rit op een emotionele achtbaan, vooral als het om een Sudburyschool gaat.

Niemand van ons kan leven in een vacuüm. Iedereen heeft vrienden, verwanten, ouders, soms andere kinderen, die van mening zijn dat het geven van zoveel vrijheid aan een kind betekent dat niemand erom geeft wat er met hem of haar gebeurt. Iedereen komt in zijn werkomgeving of in zijn buurt mensen tegen die een dergelijk moedig besluit als teken zien van het niet nemen van de verantwoordelijkheden die horen bij het ouderschap. En diezelfde mensen, die misschien zouden aarzelen om kritiek te geven als ze dachten dat een kind van iemand te lang afhankelijk was geweest, of te vroeg naar een kinderopvang was gestuurd of die niet werd gedwongen vroeg naar bed te gaan, hebben er geen probleem mee te oordelen over de onderwijsfilosofie, waarvoor ouders van Sudburyscholen zoveel moeite doen om zich deze eigen te maken. Gedeeltelijk is dat een geruststellend idee. Het opent vele mogelijkheden tot discussie.

Maar vaak is het ook niet fijn, omdat veel van de mensen met wie je deze discussies voert hun oordeel baseren op een zeer kleine hoeveelheid informatie; van wat ze op dat moment bedenken, van wat je hun eventueel verteld hebt, of vanuit een positie waarin veel van de dingen waar ze in geloven wordt bedreigd. Veel mensen uit de omgeving van ouders zijn er zeker van en soms helemaal van overtuigd, dat de structuur van onderwijs waar zij het meest vertrouwd mee zijn de enige mogelijke vorm is die garandeert dat we geen generatie zullen verkwisten. Ze voelen zich bedreigd door het idee van machtsverlies en het verlies aan controle over de volwassene, waar een Sudburyschool op gebaseerd is.

Maar natuurlijk voelen wij ons als ouders zelf ook bedreigd. Daar staan we dan, open voor de aanval van al die mensen die denken dat we gek zijn, evenals voor het toeslaan onze eigen angsten. Het is goed om in het algemeen te zeggen: “Natuurlijk, ik weet dat mijn kinderen tijdens het opgroeien voortdurend bezig zijn dingen te leren. Dat is gewoon de menselijke natuur”. Maar wanneer de dingen die jouw kind bezighoudt Nintendo spelen is, of het klimmen in een boom, of het maanden aan een stuk gebiologeerd over Magic-kaarten gebogen zitten, en ze het niet nodig vinden om de hoofdsteden van de landen te leren, of hoe een zin te ontleden, dan is dit niet zo gemakkelijk. In feite is het sturen van een kind naar een dergelijke school een moedige en nog steeds bijna unieke keuze. Wij willen allen dat onze kinderen een nog beter leven hebben dan wij, hoe goed dat van ons ook was.

Wanneer we nu aan een beter leven denken, bedoelen we meestal niet beter in materiële zin, omdat de meeste van ons een vrij goed materieel leven hebben gehad. We bedoelen intellectueel, emotioneel en geestelijk beter. En het is moeilijk om je “ogen op de prijs” van een uitstekend, goed besteed leven te houden, wanneer het leven dat je kinderen leiden er één is waarin ze Nintendo spelen zolang ze willen, of voor maanden aan een stuk werken met klei, of miljoenen boeken over wetenschapsfictie lezen of voor uren en uren en uren met hun vrienden aan de telefoon spreken nadat ze de hen de hele dag op school gesproken hebben.

De meeste van ons gingen naar een traditionele school, die traditie werd omdat de maatschappij zwaar had ingezet om op te leiden voor uniformiteit. Nu wij volwassen zijn, hebben we gemerkt dat uniformiteit niet veel meerwaarde heeft als we interessante banen willen krijgen, of een kunstwerk willen creëren, of een nieuw idee willen uitwerken, of een nieuw product willen verkopen, of een nieuwe manier willen ontwikkelen om een product op de markt te brengen. In feite zijn de meeste van ons enthousiast over de creatieve banen die ze hebben, of op z’n minst totaal opgewekt over de creatieve activiteiten die we in onze vrije tijd doen en wij realiseren ons dat wij niet allen dezelfde kennis hoeven te hebben. Natuurlijk moet er één of andere overlap zijn tussen onze kennis en die van andere mensen; leven in deze wereld zorgt ervoor dat we hunkeren naar die overlap, en we gaan er ook steeds naar op zoek. Vaak zoeken wij naar overeenkomsten met anderen, zelfs als die van beperkt belang zijn, omdat we dingen gemeenschappelijk willen hebben met mensen die niet net zoals wij zijn. Dat is één van de sociale voorwaarden van het leven.

Als je nu ouder bent, is de kans groot dat je in je kinderjaren werd grootgebracht voor een wereld die toen al uit de tijd raakte en die nu een vage herinnering is geworden; een wereld waar uniformiteit van vitaal belang was op de werkplaats. Sinds mijn kinderjaren zijn de mogelijke manieren om een inkomen te verdienen veranderd van veel, naar ongelooflijk veel, naar niemand-kan-tellen-hoeveel, omdat er elke minuut nieuwe ideeën worden uitgevonden over hoe tijd doorgebracht kan worden. De jonge kinderen moeten voor een wereld worden opgeleid die nog sneller verandert dan de wereld van vandaag, wat moeilijk is om zelfs maar voor te stellen. Maar dat is waarom wij hen moeten toestaan om hun verstand op hun eigen manier te gebruiken, omdat dat de volledigst mogelijke ontwikkeling voor hen zal waarborgen, die hun kansen zal maximaliseren om te slagen in een veranderende wereld.

Het hinderde me, eigenlijk doet het dat nog steeds, als ik niemand om hulp kon vragen bij de problemen die we eens hadden met een aantal programma’s die op de computers op onze school draaiden. De configuratie was totaal uniek, en ze waren zo complex dat niemand die ons systeem niet bestudeerd had, ze meester kon zijn, en misschien zelfs dan niet.

Dit soort computerangst heeft me op een zelfde soort bezorgdheid gewezen die wij over onze kinderen hebben. Dit zijn controle kwesties. Zij zijn al in een wereld die buiten onze controle ligt, elke en iedere dag, gebombardeerd met informatie die wij nauwelijks kunnen bevatten. Wij voeden ze op in een wereld waar er minder en minder veilige antwoorden zijn, en meer en meer mogelijke wegen. Dat impliceert een noodzakelijk en vrijwel totaal loslaten van het gezag over het kind van onze kant wat ook angstaanjagend kan zijn. Ik denk dat eenieder van ons die er ooit voor heeft gekozen om zijn kind naar een Sudburyschool te sturen, bewust is geweest van dat loslaten van het gezag, het opgeven van controle. En dat iedereen, hoe zeker van hun keuze dan ook, altijd geconfronteerd is geweest met resterende zorgen over een mogelijke foute keuze.

Zo, nu we een blik hebben geworpen op sommige van de dingen die je gegarandeerd angstig maken als je ouder bent van een kind in een dergelijke school, laten we nu de andere kant van de munt eens bekijken.

Wat leren kinderen op een Sudbury school? Zijn er garanties?

Volgens mij zijn die er wel en ik denk dat die dingen die (bijna) kunnen worden gewaarborgd, tegelijk de belangrijkste dingen zijn die je kunt ontwikkelen in een explosief veranderende wereld.

  • Een student leert zich te concentreren.
  • Een student krijgt voortdurend kansen om ethische oordelen te maken.
  • Een student leert om met totale eerbied te worden behandeld.
  • Een student leert om de natuur en het buitenleven te waarderen.
  • Een student leert onafhankelijk te zijn.
  • Een student leert zelfvertrouwen te hebben.
  • Een student leert wat het betekent om een doel te bepalen en om het te bereiken, en indien bereikt het opnieuw te herwaarderen, of jammerlijk te falen en opnieuw te proberen en te ervaren wat het is om jezelf op te rapen en iets helemaal opnieuw te doen met hetzelfde of met een verschillend doel.
  • Een kind doet levenservaring op. Echte levens-vaardigheden. De vaardigheden die nodig zijn om succesvol te zijn in het huwelijk, bij het grootbrengen van kinderen, bij vriendschap, evenals in het werk.

Wat betekent het wanneer ik zeg dat een kind zich leert concentreren? Het betekent dat de persoon zich richt op de interesse van het moment, of van het uur, of het jaar, en die passie vervolgt tot het geen passie meer is. Wat natuurlijk ook betekent dat de nare ervaring van het verliezen van een passie en het op zoek moeten gaan naar een nieuwe uitdaging een bekend gevoel wordt. Ik zie deze focus elke dag gespiegeld in onze studenten.

Ik zie het bij de student die op zijn zeventiende plotseling een hartstocht voor wiskunde ontwikkelt en er uren per dag mee doorbrengt. Ik zie het in de vastbeslotenheid van een kind om in de hoogte van de beukenboom te klimmen, een doel dat jaren kan duren om te bereiken, wat niet betekent dat het doel elke minuut van elke dag zal worden nagestreefd. Zo’n doel is meer als een thema van het leven om voortdurend aan de klimvaardigheden te werken en aan wat het betekent om 5 of 10 of 15 meter naar beneden te kijken en te weten dat alleen jouw vaardigheden je veilig houden.

Ik zie het in de kinderen die voortdurend Lego-vliegtuigen bouwen, luchthavens en ruimtestations ontwerpen en herontwerpen en intensief spelen met de structuren die ze gemaakt hebben. Ik zie het in de passie om alles te leren wat een persoon moet weten om alleen in het fotolab te mogen werken, of aan het pottenbakkerswiel te mogen werken.

En ik weet, omdat ik zelf kinderen heb en omdat ik een generatie Sudbury Valley studenten heb meegemaakt, dat ik maar een fractie van een percentage zie van de concentratie die er werkelijk is. Eén van de dingen die voor ons allemaal moeilijk is om te zien en te begrijpen is de enorme hoeveelheid werk dat een tiener die nieuw op onze school komt als eerste moet doen, namelijk inzicht krijgen in wie hij of zij is. Voor veel mensen lijkt het alsof veel tieners hun tijd verdoen. Ze lijken heel veel tijd te besteden aan rondhangen, praten, koffie drinken, soms zelfs – jammer genoeg – aan het roken van sigaretten, aan nog wat meer praten, en wat meer rondhangen. Ja, ze lezen. Ze zijn prachtige bronnen voor anderen, en gewoonlijk zijn ze buitengewoon vriendelijk voor jongere kinderen.

Maar wat doen ze? Een deel van wat ze doen is omschakelen. Ze moeten vergeten dat ze jaren doorbrachten met aan te horen dat andere mensen een agenda voor hen hadden dat aangeprezen werd als “het beste” voor hen om te gaan doen. Ze moeten aan het idee wennen dat de persoon die werkelijk weet wat het beste voor hen is, zijzelf zijn; dat zij voor hun eigen intellectuele, morele, geestelijke, en zelfs fysieke ontwikkeling verantwoordelijk kunnen zijn. Dat is geen koud kunstje. Een groot deel van hun tijd besteden ze aan gekronkel en geworstel om deze last te dragen of om te proberen hieraan te ontsnappen. Wij, de volwassenen rond hen geloven dat, in de atmosfeer die de school verstrekt, het de grootst mogelijke waarschijnlijkheid heeft dat ze de lasten zullen gaan dragen.

Zo laten wij ze worstelen. We laten ze lijden. Ze bieden elkaar een enorme hoeveelheid steun. Het enige dat de volwassenen in de school kunnen doen is hen vertellen dat we begrijpen hoe moeilijk het is. Maar wat elke ouder moet begrijpen is dat de steun die door de ouder wordt aangeboden, boven alles het vertrouwen moet uitstralen dat de strijd zijn vruchten zal afwerpen. Dit maximaliseert ook de kansen dat het uiteindelijk zijn vruchten zal afwerpen. De student die leert opgroeien met de kennis dat de productiefste motivatie de eigen motivatie is, en dat hij zelf kan leren hoe te falen en hoe te slagen, heeft de beste kans voor een rijk gevuld leven.

We zien ook dat kinderen die de gift van het vertrouwen van hun ouders krijgen, dichter en dichter bij hun ouders komen te staan, en soms geven deze kinderen zelfs de inzichten en de kracht om familieproblemen die in de loop van de tijd ontstaan zijn, op te lossen. Studenten op een school zoals de onze, zullen zeker geoefend worden in ethische oordelen. Morele vragen zijn dagelijkse kost op Sudburyscholen. Deze gemeenschap heeft zeer hoge normen voor ethisch gedrag – normen die me, met de tijd, hebben gedwongen om mijn eigen normen te verhogen.

De school wordt democratisch geleid. Dat betekent niet dat elk kind iets over elke kwestie te zeggen heeft. Niemand vraagt de mening van iedere persoon telkens als er iets opkomt. Het betekent dat voor elke kwestie die opkomt, de Schoolmeeting een forum is waar elke persoon, van welke leeftijd dan ook, respectvol en gelijk wordt behandeld, en ook een gelijke stem in besluiten heeft.

Maar er is veel meer dan dat. Het systeem om problemen op te lossen die met gedrag van doen hebben, bestaat uit een steeds veranderende subgroep van de volledige populatie, een subgroep met totale leeftijdsvariatie, die onderzoekt, rapporteert en met oplossingen komt voor problemen met een sociaal karakter. Dit betekent rommel maken, irritante luidruchtigheid, dit betekent het koekje van een ander kind opeten, dit betekent afval niet opruimen. Het kan ook ernstigere schendingen van de gemeenschapsnormen betekenen. Iedereen brengt heel wat tijd door om deze normen te bepalen, zowel informeel als formeel, zowel voor henzelf als voor anderen, tot zij de definities hebben uitgewerkt die geaccepteerd worden, tenminste tot de kwestie opnieuw op komt. Ik zou willen eindigen met nog een stukje van de hoop en de vrees van dezelfde ouder van wie eerder de opmerkingen werden geciteerd:

Als ik mijn verbeelding volledig laat gaan, dan hoop ik dat wanneer onze zoon bereid is om De Sudbury Valley School te verlaten, hij zal vertrekken met een bewust gevoel van doel en richting. Ik realiseer me dat ik hiermee veel vraag. Het is zeker niet iets wat ik gedaan kon hebben toen ik zijn leeftijd had. Bovenal hoop ik dat een Sudburyschool, ieder van zijn studenten zal helpen om diep van binnen geluk te vinden, zich geliefd en gewaardeerd te voelen en om die liefde aan anderen over te kunnen dragen. Ik heb hier niet veel angst voor, omdat het erop lijkt dat heel wat mensen hier op hopen.


[1] Er is een permissie gegeven om dit artikel vrij te copieren en te verspreiden, onder de voorwaarde dat de tekst niet aangepast of ingekort is en dat deze notitie is bijgevoegd. Permission to freely copy and distribute this document is given, provided that the text is not modified or abridged and this notice is included.

The title is somewhat changed as in the Netherlands a “free” school stands for a Waldorf School.

The pictures were published in various blogs by the Sudbury Valley School on their website.