Het streven naar geluk: Het leven van oud-studenten van de Sudbury Valley School

Click here to go back to previous pagepursuit_of_happiness

Daniel Greenberg, Mimsy Sadofsky, en Jason Lempka Onderstaande artikel is de vertaling van een hoofdstuk uit het boek ‘Pursuit of Happiness’, een boek waarin de resultaten van een onderzoek naar afgestudeerden van de Sudbury Valley School werden gebundeld.

Waarom ze van hun werk houden

“Het is moeilijk om ‘s avonds naar huis te gaan.
Teveel plezier in het werk.”

“De vele gezichten van tevredenheid.”

In het vorige deel bekeken we de diverse factoren die bijdroegen tot de beroepskeuzes van de ondervraagden. In dit deel gaan we kijken wat hun gevoelens zijn over de banen “die zij hebben gekozen. Onvermijdelijk is er heel wat overlap in de antwoorden op deze twee verschillende vragen: vaker wel dan niet. De keuze voor een bepaalde baan laat zich aflezen in de waardering die ze hebben voor het werk. De lezer zal hier enkele mensen herkennen die in het vorige deel al aan bod kwamen, maar er zullen ook veel significante nieuwe dingen te voorschijn komen aangezien ze hier verder over hun “werk” spreken. Toen de ondervraagden rechtstreeks werden gevraagd wat ze leuk vonden aan hun werk, omvatten hun antwoorden gewoonlijk een brede waaier van factoren. Dit blijkt uit het volgende antwoord:

“De baan die ik nu heb komt dicht in de buurt van mijn ideale baan. Ik ben de beheerder voor de Commissie van Natuurbehoud van een stad. Ik ben hoofdzakelijk verantwoordelijk voor een brede waaier van milieuaangelegenheden in de stad, vanuit het standpunt van het herzien van-, als het toelaten van bouwprojecten in- of dichtbij ecologisch gevoelige gebieden, als het beheren van ongeveer 550 acres milieugebied bijna vanuit het gezichtspunt van parkboswachter. En het is fantastisch – ik hou van de mensen waarmee ik werk, ik hou van de stad, ik krijg veel vrijheid om de werkomgeving te structureren op een manier die aan mijn behoeften voldoet — het is fantastisch.

Directe betrokkenheid bij je werk helpt echt. Toen ik als adviseur van de federale overheid werkte, was ik zo ver verwijderd van wat er zich in werkelijkheid afspeelde. Ik bedoel, ik kon een rapport opstellen waarin een beleid werd opgesteld dat door een lokale organisatie gebruikt zou kunnen worden om iets in een bepaalde plaats te doen. Het zou er ook niets toe kunnen doen en zelfs als het wel zou werken, zou ik daarvan niet op de hoogte zijn omdat het eindresultaat zo ver verwijderd lag van het werk dat ik deed. Dus ik hou echt van de directe betrokkenheid van mijn werk, waar ik de resultaten en de vruchten van mijn werk direct kan zien.

Ik werk aan vele verschillende dingen in mijn baan en ze boeien me allemaal. Het enige deel van mijn baan waar ik niet van hou is de kant van de wetshandhaving; als de mensen de lokale moerasbeschermingswet schenden, moet ik boetes, schendingsberichten en handhavingsorden geven, en hen laten weten dat ze de boel moeten schoonmaken of opnieuw bomen moeten planten waar ze er een hebben omgehakt in beschermde gebieden. Dat kan conflicten met zich meebrengen en niemand houdt van conflict. Ik kan het aan, maar het is niet mijn meest favoriete deel van de baan. Buiten dit ene aspect hou ik van al het andere werk dat ik doe. Ik zit werkelijk op de juiste plaats.”

In de bovengenoemde passage wordt het groepswerk, de locatie, de autonomie, de voldoening, de verscheidenheid, de openbare dienst, alles gezien tot het bijdragen aan de hoge mate van tevredenheid in het werk van de ondervraagde. Figuur 12 toont het volledig spectrum van redenen, die in de gesprekken worden aangehaald, voor de voldoening van werk.
De reden die bij verre het vaakst voorkwam, was de “dienst aan anderen”. Andere factoren die duidelijk naar voor kwamen waren “uitdagend werk”, “zinvol werk”, “omgaan met andere mensen”, “plezier” en “praktisch werk”.

In het Hoofdstuk “Wie zijn de oud-studenten”, Figuur 6, (p. 20) zagen we dat drieënveertig van de ondervraagden zeven of meer jaren op de school hadden doorgebracht — dat wil zeggen dat ze op z’n minst een deel van wat hun basisschooljaren zouden zijn geweest, alsook een deel van de tijd die ze op voortgezet onderwijs zouden hebben doorgebracht, op de Sudbury Valley School hebben gespendeerd. Toen we de antwoorden van alle ondervraagden van dit onderzoek analyseerden, hebben we dit routinematig vergeleken met de bovengenoemde groep van drieënveertig lange termijn studenten. Over het algemeen was er geen significant verschil tussen de twee groepen. Toch vonden wij in dit geval enkele interessante verschillen, zoals aangetoond in Figuur 13.
Terwijl 17% van de volledige groep het werken met andere mensen meldde, beschreef 33% van de lange termijn groep deze factor als belangrijk voor hun werktevredenheid. Het hebben van plezier werd vermeld door respectievelijk 18% en 26% van de twee groepen; en het genieten van praktisch werk werd respectievelijk vermeld door 15% en 26%. Het lijkt erop dat de mensen uit de lange-termijngroep iets meer gefocust zijn op de interpersoonlijke aspecten, het plezier en de ervaringswaarde van hun beroepen.

pursuit_fig12

Figuur 12 Wat maakt dat een baan voldoening geeft voor de ondervraagden.

pursuit_fig13

Figuur 13 Wat maakt dat een baan voldoening geeft voor de groep oud-studenten die lange tijd op school zaten.

Heel wat mensen waren tevreden dat zij in een bedrijf werkten met een moderne organisatie. Hier zijn twee commentaren:

“Het is echt een goed bedrijf. Het is op sommige manieren – ik zal niet zeggen gemodelleerd naar de Sudbury Valley School – maar het heeft heel wat aspecten in de praktijk en het beleid die verwant zijn met zelf-motivatie en empowerment, zodat je echt persoonlijk initiatief kan uitoefenen. Zij behandelen je echt goed, en betalen vrij goed. Het is een goede baan.”

“Ik houd van het bedrijf. Ik houd van de mensen in het bedrijf, en het bedrijf behandelt me goed. Ik werk er al een hele tijd, zodat ik heel wat jaren ervaring heb opgebouwd, en ik heb een uitstekende positie. Ik heb het gevoel dat ik er waarschijnlijk zal werken tot ik met pensioen ga.”

één persoon was zeer overtuigd van het genoegen dat zij heeft gekregen door bij te dragen aan de verwezenlijking van beheersrichtlijnen van een snel groeiend bedrijf:

“Ik leidde een winkel. Ik was de winkelmanager. Maar wat wij eigenlijk deden was het opbouwen van een infrastructuur in termen van hoe te huren, hoe op te leiden en hoe nieuwe winkels met kwaliteitspersoneel en de kwaliteitsdienst snel te openen, door het volgen van richtlijnen zodat je het zelfde product in elke winkel kan krijgen, dat soort zaken. Zo leidde ik dus een winkel, maar ik deed ook al die andere zaken. We hadden veel pret; wij deden het met hart en ziel.”

Verscheidene mensen vermelden de autonomie waarvan zij binnen het kader van hun werk genieten:

“Ik houd van het feit dat ik mijn eigen beslissingen mag nemen. Ik ben meestal de hele dag alleen. Er is niet veel supervisie. Ik mag mijn eigen gang gaan, met alle voor en nadelen, waarbij ik vaker de voordelen ervaar. In feite, in bijna alle instanties beter.”

“Ik geniet van het projectmatig werk, dat drie tot zes maanden in beslag neemt, en dan begin je aan iets anders en gedurende die tijd is het jouw project. Wat ik bij mijn vorige bedrijf niet fijn vond is dat het vele jaren duurde alvorens je de kans kreeg om zelf baas te zijn over een project. Je werkte op het niveau van beginneling en er was een vrij stijve hiërarchie in dat managementadvies bureau. Omdat de strategische planninggroep van mijn huidige werkgever kleiner is dan bij een groot managementadvies bureau, krijg je meer verantwoordelijkheid.”

“Ik houd werkelijk van mijn baan en ik beschouw het niet als enkel een plaats waar ik naartoe moet gaan. Mijn benadering is dat ik word betaald om een café te leiden, ervoor te zorgen dat er een ruime en goede verscheidenheid van gezond voedsel is voor de mensen om te eten en dat we niet zonder komen te zitten. Ik doe het echt goed, maar het is niet noodzakelijk een baan waar je aan begint om negen uur en eindigt om vijf uur. Dat is een baan waar je binnenkomt en ziet wat er moet gebeuren, waardoor je een uitbarsting van energie van krijgt en je een hele boel doet. Je ploegt je door wat andere zaken of misschien stop je en neem je een uur vrij of doe je iets in het midden van je dag en kom je er dan op terug. Wie weet of ik om vier uur ‘s middags of tien uur ‘s avonds wegga? Het is zeer open, zodat heel wat van mijn vrije tijd eigenlijk wordt doorgebracht op mijn werk, als ik alleen ben in een oefen ruimte of in een goed gesprek ben met een medemusicus. Als ik in het midden van de dag een repetitieruimte wil induiken voor een uur, dan doe ik dat. Als ik geniet van een gesprek met iemand, zal ik het doen. Ik neem een half uur vrij om met een interessant iemand te spreken en dan werk ik later verder.”

Vele mensen rapporteerden dat hun werk gewoon leuk was. De volgende twee commentaren waren representatief voor de reacties:

“Ik werd lid van een bedrijf en begon spelletjes te maken voor de kost. Ik breng nu plezier bij mensen. Heel wat vaardigheden van mijn vroeger televisiewerk zetten zich om in spelontwerp. Ik doe spelontwerp, alle onderdelen – de kunst en het programmeren enzo – en het milieu ontwerpen waarin de mensen spelen, en de regels, en al die zaken. Veel plezier – niet echt werk voor het leven. U weet wel, een duidelijke artistieke omgeving, zeer ontspannen. Er zijn deadlines, maar na televisie – een deadline om de zes maanden of zoiets is niks in vergelijking met een deadline elke avond om 10:00 uur.”

“Het leger heeft me fantastisch behandeld. Om te beginnen, denk ik, dat je als vrouw die een loon wil verdienen en vooruitgang wil boeken in wat voor soort carriëre ook, je meer billijkheid in het leger krijgt dan elders. Toen ik in aanmerking kwam om uit te treden – juist ongeveer op het moment dat ik mijn eerste baby kreeg – zei ik tegen mijn werkgever, “Het is fantastisch geweest, maar ik denk dat het tijd is om mijn Majoorskostuum aan de haak te hangen en een burger te worden.” Maar hij zei “Niet zo snel, wij beginnen mensen te laten werken van thuis uit – het werkt goed voor de luchtmacht. Het is zeer rendabel in het leger om mensen te laten tele-werken als je een baan hebt die er zich toe leent”. Dus ging ik weg en werd een reservist en kwam terug in de militaire geschiedenis en het is sindsdien geweldig. Zo heb ik in de afgelopen 4 jaar van thuis uit gewerkt voor de luchtmacht. Momenteel, doe ik het twee of drie dagen per week.”

“Ik werk veel thuis en ik doe heel wat opschrijfwerk en verbeterwerk, meestal het vastleggen van mondelinge geschiedenissen, lezingen en gesprekken met mensen. Op dit ogenblik is er een grote vraag naar materiaal over Korea alvorens de veteranen te oud zijn om verhalen te vertellen. De kerels van de 2e Wereld Oorlog vertellen nog wel verhalen, maar die verhalen zijn in heel wat gevallen vrij vergezocht. Wat wil je nog meer? Ik zit aan mijn bureau en ik heb zicht op de bergen en de adelaars en ik schrijf. Het is indrukwekkend. Ongelooflijk cool. Ik hoef geen uniform dragen. Ik weet zelfs niet waar mijn uniform is.”

De algemene indruk die van uit de gesprekken naar voren komt is dat de groep mensen over het algemeen een roeping hebben nagestreefd en gevonden die hun tevredenheid en genoegen geeft. Al deze genoegens straalt uit de beschrijving die de volgende persoon geeft van het leven op een boerderij:

“Het is een verbazingwekkende combinatie van zo veel verschillende vaardigheden en uitdagingen – het is constant efficiënte systemen ontwikkelen, het is werken met natuurlijke krachten, het is buiten zijn. Ik ben een toegewijde kok en ik houd van koken met mooie producten, het is dé manier om mezelf te omringen met een droomassortiment van groenten gedurende een groot deel van het jaar. En ik ben een sociaal persoon – ik hou van werken met werknemers, en ik hou van de manier waarop wij de opbrengst op de markt brengen, dat dozijnen families één keer in de week naar de boerderij komen en een mand producten meenemen. Wij verkopen ook op boerenmarkten – dus het is zeer sociaal en de mensen houden ervan, en daarvan krijg ik een goed gevoel.”
Het is ook een prachtige manier om een familie groot te brengen. Ik hou van het harde werk, ik hou van het fysiek werk, ik hou van werken met machines. Ik hou werkelijk van elk aspect van de landbouw, behalve dat er soms teveel hard werk is. Maar ik vind het echt fijn. Ik ontwaak bij dageraad en ben dan opgewekt om op de boederij te gaan werken. Ik ben gedeprimeerd wanneer het donker wordt en ik niet meer kan werken.
“Ik doe precies wat ik wil doen, wat zeer weinig mensen kunnen zeggen. Ik leef in een ongelooflijk mooi gebied op een mooie boederij, en ik heb mijn dromen op een jonge leeftijd kunnen nastreven.”

Uitdaging

Het enorme percentage geïnterviewden dat bezig is met ondernemerswerk, of dat in beheersposities werkt, getuigt ervan tot welke mate uitdaging, creativiteit, en constante stimulatie een integraal deel van hun dagelijks werkleven vormt — zo veel dat het zelfs geen verrassing is dat de meeste van hen het als normaal beschouwen, en dat weinigen maar één van deze factoren als reden uitkozen waarom ze genoten van hun werk. Hoe dan ook kregen veel van de opmerkingen die over dit onderwerp werden gemaakt onze aandacht.
De mensen genieten van uitdaging in alle soorten beroepen. Een timmerman zei dat hij ervan houdt “om alles te doen wat uitdagend is en wat ik nog niet eerder heb gedaan en waarvoor ik mijn hoofd een beetje moet gebruiken.” Een software ingenieur zei,”ik geniet van het gevoel mijn hersens te kunnen gebruiken en om op een natuurlijke wijze uitgedaagd te worden in mijn baan.” Een advocaat becommentarieerde, “Ik heb behoefte aan heel wat stimulans, dus denk ik dat verandering goed voor me is. Het houdt me wakker. “Een manager in een keten van kopie- en printcentra merkte op, “ik heb heel wat verschillende zaken gedaan. Het is altijd een beetje anders, en wanneer ik van één ding genoeg heb lieten ze me iets anders doen.” En het volgende commentaar is van een persoon uit de wereld van kleinhandel kledingszaken:

“Ik heb in de kleinhandel gewerkt sinds ik een diploma behaalde. Lang voor ik zelfs naar de universiteit ging, werkte ik in kleinhandel — en voor mij is het boeiend, het is uitdagend. Ik leid een winkel, ik heb heel wat mensen onder me, en ik ben verantwoordelijk voor heel wat dingen. Ik communiceer goed met mijn klanten in een zeer bloeiend gebied in Londen — het is eigenlijk zeer rijk, en het is zeer uitdagend.”

Verscheidene mensen genoten van de opwinding om bezig te zijn in een multi-task omgeving.

“Het leukste aan mijn baan is dat ik met 400 verschillende mensen werk. Ik zit niet achter een computer. Ik doe niet één enkel ding. Ik behandel complexe kwesties in wat ik een zeer intense omgeving zou noemen. Dat is het beste aspect ervan. Het is elke dag verschillend. Er is altijd iets.”

“Ik werk voor een Internet starterbedrijf. Er is geen dresscode, er zijn geen vaste uren. Het gaat er losjes aan toe. Zolang je je werk gedaan krijgt, is iedereen gelukkig. Er is niet echt hoge druk, maar wij hebben heel wat deadlines, we hebben heel wat zaken die snel moeten gebeuren, dat is de aard van het werk. Maar dat is ook goed, omdat het zo nooit saai is. Ik werkte ongeveer vijf maanden bij een bank en dat lag me niet echt.”

“Ik werkte voor een in Boston gevestigd internationaal management adviesbureau. Ik was een technische coördinator werkzaam in de buitendienst, zo werkte ik met heel wat verschillende mensen binnen de organisatie, hoofdzakelijk van het management van het bedrijf, waarvoor ik naar buiten trad en hun technische man was overal in de wereld waar ze naartoe moesten. Het grootste deel van wat ik moest doen was het volgende: er waren ongeveer vijftien belangrijke conferenties overal in de wereld die wij moesten plannen en deze waren voor 30 tot 300 mensen. Ze hadden de IT infrastructuur nodig om die mensen te helpen terwijl zij op de conferentie waren, wat eigenlijk betekende dat alle assistentie die ze hadden in hun thuisbasis elders ook aanwezig moest zijn, ze verwachtten dat ook als ze kwamen. Het was een kwestie van met heel wat verschillende verkopers te werken en met heel wat verschillende groepen van IT binnen het bedrijf, zogezegd veel ijzers tegelijkertijd in het vuur te hebben.”

Zelfs tijdelijk werk dat niet verwant was met de primaire carriëredoelstellingen van een persoon bleek voldoening te geven voor de ondervraagde die daarvan een kick kreeg:

“Ik had een baan bij de dienst van de onroerend goed belasting via een uitzendbureau. Ik denk dat het een zeer goede ervaring was. Nu heb ik meer dan twee jaren bureau ervaring en ik heb allerlei taken gedaan. Ik beantwoordde telefoons, behandelde klanten, runde de post, ik leidde een departement hoofdzakelijk toen er niemand anders was. Het beheer van de tijd was ook belangrijk omdat de zaken zeer cyclisch verlopen en verscheidene keren per jaar is het buitengewoon druk en dan op andere momenten is er weer weinig te doen. Maar wanneer het werkelijk druk is, is het echt uitdagend om te proberen al die zaken tegelijkertijd te doen. Ik herinner me één bijzondere belastingscyclus waar ik zowat alles moest doen, en het was zo druk dat ik vroeger startte en langer bleef, en nog voelde het aan alsof ik er nooit door zou geraken.”

Verscheidene oud-studenten focusten op het genoegen dat ze hadden om nieuwe dingen te leren in hun baan. Een oud-student die kunstacademie volgde en ondertussen bij een groot tuincentrum werkte vond onverwachte uitdagingen:

“Ze hebben minstens duizend mensen die voor hun werken en heel wat van hen zijn afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, Puerto Rico, Mexico. Dus moest ik Spaans leren spreken. Ik heb moeten leren rijden en werken met laders en vorkheftrucks en zo. Ik ben bezig om mijn grootrijbewijs te halen. Ik heb heel wat vaardigheden geleerd, en ik heb ook heel wat geleerd over hoe andere mensen in de wereld, andere gemeenschappen in de wereld, handelen en omgaan met elkaar en hoe zij denken over onze samenleving in de V.S. Het heeft echt mijn ogen geopend. Het was interessant.”

Een kunstenaar ervaarde dat hij genoot van wat hij leerde op een compleet ander domein:

“Nadat ik naar de kunstacademie ging, bleef ik voor een huisschilder in mijn buurt werken. Het was enkel wij twee, en ik deed het niet noodzakelijk omdat ik geld nodig had, of voor de liefde voor het schilderen van huizen, maar ik deed het omdat ik heel wat van hem leerde, en ik leerde een heleboel over verantwoordelijk zijn voor het professionele leven van iemand anders. Dat was een zeer belangrijke ervaring voor me en ik werk nog steeds voor hem wanneer hij extra hulp nodig heeft.”

Een andere gediplomeerde zocht een opeenvolging van banen waarvan hij zijn kennis op verscheidene verwante gebieden kon uitbreiden.

“Ik heb nooit enkel voor het geld gewerkt. Ik wil dat ik er iets van kan leren. Onmiddellijk nadat ik was afgestuurd op Sudbury Valley School werkte ik aan het persen van kruidenextracten. Ik werkte bij kleinhandels op een paar andere plaatsen, zoals biologische voedingswinkels. Ik werkte bij een organisch landbouwbedrijf; dat was een fantastische baan. Nu werk ik bij een bloemist, omdat het werken is met bloemen en mensen, waarvan ik hou.”

De mogelijkheid om creatief te zijn in een job was een zeer belangrijke factor die door verscheidene oud-studenten wordt vermeld. Voor een patroon tekenaar van de mode industrie, was dit bijzonder belangrijk:

“In elke wereld zijn er altijd wat buitenbeentjes. Ik begon met in bedrijven te werken die door jonge vrouwen geleid werden, ontwerpers helpen opstarten, zo werkte ik in een alternatieve wereld en werd goede vrienden met mensen die wat anders waren dan de rest van de mode industrie. Daarna ging ik met een groter ontwerper werken, die bekend stond anders te zijn dan de rest van de mode industrie. Er was een zeer fijne atmosfeer.”

Muziek onderwijzen in een stads hoge school bleek een unieke creatieve uitlaatklep voor een talentvol zanger:

“Ik onderwees anderhalf jaar op een openbare hogeschool in Manhattan, op één van de binnenstadsscholen. Het was een ongelooflijke ervaring. De diversiteit van mijn studenten was gewoon verbazend. Ik had jongeren uit India, de Dominicaanse Republiek, Afrika, Puerto Rico, Jamaïca, Bangladesh, Irak, Iran. Ik maakte zelf het programma op die hogeschool. Mijn eerste jaar kreeg ik een lokaal met een pak droge bordenwissers en geen boeken, geen piano, geen muziek, geen materiaal, geen televisie, niets. Ze duwden me in een lokaal en gaven me 300 leerlingen en zeiden, “onderwijs muziek!” Ik maakte alles wat het programma omvatte. Dit was een bedrijfsschool, dus muziek was niet noodzakelijk ieders favoriete onderwerp, maar ik had prachtige studenten. Na een tijdje had ik geen disciplineproblemen, wat nogal ongebruikelijk was omdat ik nieuw was, ik was jong, en ik had heel wat jongeren met speciale behoeften die werden geconformeerd en ze waren wild. Ik weet niet precies wat het is. Ik ben goed met tieners, dus ik veronderstel dat het op de een of andere manier werkte.”

Een avantgarde kunstenaar, beeldhouwer en de acteur brengt creativiteit op het niveau van excentriciteit:

“Als algemene regel, zijn alle dingen die ik doe doorlopende zaken terwijl, ja, ik ook probeer open te staan voor bijzondere spontaniteiten die een bepaald stuk zouden kunnen verbeteren, maar er is absoluut een lange termijn drijfveer die uiteindelijk de bepalende factor is van wat ik doe.
Afhankelijk van mijn gemoedstoestand kan het zijn dat ik een ganse dag doorbreng op een stortplaats om te zoeken naar stukjes schroot die kunnen dienen voor het herstellen van de diverse stukken van één van mijn belangrijkste verzamelingen, of ik zou een volledige dag tussen de verschillende afdelingen van de winkel heen en weer kunnen lopen en werken aan het herstellen van dingen, of ik zou alleen aan mijn website werken of iets gaan doen in termen van het bekend maken van het project, kletsen met de mensen in galerieën, enz., of optredens geven in verschillende zalen, zowel voor publiciteit voor mijn werk als ook gewoon om het te doen.”

Maar zelfs hij vond nu en dan de behoefte om routinebanen te nemen om wat geld te verdienen – banen waaruit hij elke keer nuttige ervaring kon halen:

“Ik ben grotendeels uitsluitend bezig met mijn eigen projecten. Natuurlijk heb ik gewerkt, maar grotendeels heb ik geprobeerd om banen te krijgen waar ik vaardigheden kon opdoen die ik zelf kon gebruiken – een loon krijgen en hopelijk ook wat kennis opdoen, zoals het werken in een fotolab, waar ik mijn eigen foto’s kon ontwikkelen. Ik werkte ook kort als restaurateur in een museum, waar ik heel wat goede technieken leerde.”

Betekenis

Veel van de ondervraagden wezen erop dat zij van hun werk genieten omdat het betekenis aan hun leven geeft. Hun antwoorden lieten heel wat over hun persoonlijke waardesystemen zien.

Hier is hoe een bibliothecaris het ziet:

“Sinds ik van de universiteit af ben, heb ik in bibliotheken gewerkt, kinderbibliotheken, en ik vind dat echt zinvol. Het is zo’n beetje mijn missie om bibliotheken te veranderen zodat ze meer toegankelijk worden. Ik denk dat er heel wat potentieel is voor bibliotheken om hun vergaderruimten voor een massa dingen te gebruiken waar ze nu niet voor gebruikt worden. Bijvoorbeeld, ik heb tieners die naar de bibliotheek komen en zij brengen groepjes mee om muziek te spelen als de bibliotheek gesloten is. Deze zomer hebben wij een toneel georganiseerd waarbij de hogeschoolstudenten de jongere studenten leerden improviseren.
Ik denk dat bibliotheken in de ouderwetse betekenis jammer genoeg – of gelukkig – een beetje dood zijn. Mijn visie van een bibliotheek van de toekomst is een plaats waar informatie op allerlei verschillende niveaus kan worden uitgewisseld.”

De volgende persoon was van mening dat haar werk de volledige verhouding van een gemeenschap met zijn cultuur veranderde:

“Gedurende twee en een half jaar was ik de uitvoerend directeur van de Kunstraad van mijn stad. Het was zeker niet het loon waarvan ik genoot, omdat ze me als vrijwilliger niet zeer goed betaalden. Maar ik werkte aan een project dat heel wat invloed op de gemeenschap had. Wij namen een oud bibliotheekgebouw en, met een negentien-leden tellende raad van beheer, konden wij $1.800.000 inzamelen om het te herstellen. Het was opmerkelijk omdat wij in een zeer afgelegen gebied zitten. Er zijn geen grote industrieën, geen high-tech bedrijven, dus al onze fondsen moesten van privé-stichtingen en lokale individuen en kleine schenkingen van ondernemingen komen – heel wat kleine schenkingen en een aantal serieus grote. Het was een grote onderneming, iets waarvan veel mensen zeiden dat het niet zou lukken, en nu is het een hoeksteen van de gemeenschap en het wordt echt erkend.

Er zijn dingen die ik geïnitieerd heb die gevestigde waarden zijn geworden, zoals bijvoorbeeld wat we noemen de Culturele Rondetafel Bijeenkomst, wat een coalitie van culturele organisaties is. Het was een fundamenteel middel om mensen samen te brengen om te praten, een kans te hebben om problemen en moeilijkheden te bespreken, en een manier toe te laten om samen te werken. Er was het gevoel van concurrentie geweest, en dit forum verstrekte een manier om dingen te plannen zodanig dat je, bijvoorbeeld, geen optreden had op dezelfde dag als iemand anders zodat de kaartjesverkoop er niet onder zou lijden, dat soort dingen. Dat idee werd toen overgenomen door de regionale Kunstraad, en nu worden deze Culturele Rondetafel Bijeenkomsten in elk van de zes provincies van de staat gebruikt. Wij hebben een Culturele vereniging, die vrij nieuw is, een schenkingsfonds om kunst in de staat te financieren, en ze zoeken manieren om het geld te verdelen. Zij gingen fondsen naar de steden in de plattelandsgebieden zenden, maar nu ondervinden ze dat ze vanwege de Culturele Rondetafel Bijeenkomsten, zij het geld naar die instantie kunnen verzenden waar dan een systeem opgezet wordt waar de mensen de financiering van een lokale organisatie kunnen aanvragen. Zo is één uiterst klein fenomeen dat ik deed uitgegroeid tot een invloedrijke organisatie.”

De kunstenaars komen weer aan bod. Nu hebben ze een plaats om hun kunstwerk tentoon te stellen, en middelen om het op de markt te brengen, en kunstonderwijs. Dat zal impact hebben op de levensmogelijkheid van het gebied, het gaat mensen beïnvloeden om naar hier te komen – artsen en beroepsmensen en zo – en het activeert dingen zoals kunstbeurzen en dergelijke. Elk van deze activiteiten hebben nu een plaats om samen te komen.

Een persoon die op het milieugebied werkt vond dat zijn allereerste baan, nadat hij van de universiteit afstudeerde, hem in de richting van een zinvolle carriëre wees:

“Ik werkte voor een grote milieuorganisatie. Wij werkten aan het creëren van een milieuhandelingsplan voor bedrijven en aan een systeem dat zij konden gebruiken om jaarlijks over het naleven van die principes te rapporteren. Het moest door mensen worden gebruikt die in bedrijven wilden investeren die hun eigen persoonlijke gedachtengoed vertegenwoordigden, en die één of andere objectieve manier wilden om te meten of die bedrijven werkelijk aan die criteria voldeden. Ik werkte met een uitstekende groep mensen, bestaande uit individuen van een aantal non-profits op milieugebied, en van verschillende godsdienstige organisaties en instellingen geëngageerd voor natuurbehoud. Ik vond het werk dat ik deed zeer waardevol omdat ik vond dat wij hielpen om bedrijfsmilieu aangelegenheden te verbeterden, maar daarenboven waren de mensen waarmee ik werkt fantastische individuen en sloot ik vriendschappen die vandaag de dag nog steeds verder gaan. Dat werk overtuigde me van mijn behoefte aan verdere opleiding en onderwijs in milieuwetenschap en beheer van natuurlijke rijkdommen. Het leidde me niet alleen naar de universiteit, maar gaf me ook enkele getuigschriften die ik nodig had om toegang te krijgen tot sommige programma’s waarin ik geïnteresseerd was.”

Verscheidene oud-studenten gaven uitleg bij het genoegen dat zij kregen van het verlenen van dienst aan anderen. Een makelaar vermeldde hoe zij geniet van “de kans om met mensen te werken aan wat voor hen één van de belangrijkste beslissingen is die zij kunnen maken. Ik geniet van het gehele proces om hen te helpen om een goede beslissing te nemen.” Een ondervraagde die met kinderen met een handicap werkt in een groepshuis merkte op dat haar “doel van werkgelegenheid is je niet te vervelen en het gevoel te hebben dat je iets zinvols doet; dit werk vervult dat doel.” Een sociaal assistent koos haar beroep omdat “ik iets wilde doen dat betekenis voor me had en dat bijdroeg tot het welzijn van de gemeenschap. Aangezien het verdienen van geld heel wat van mijn tijd ging in beslag nemen, wilde ik andere doelstellingen daar eveneens in opnemen.” Een andere sociaal assistent verklaarde:

“Ik werkte voor het Openbare Agentschap van het Welzijn van het Kind in de stad waar ik al negen jaar leefde, en dat was werkelijk zinvol. Het grootste deel van de tijd was ik een medewerker van de dienst voor kinderbescherming. Ik werkte met kinderen met risico op misbruik en verwaarlozing en ik bood de families diensten aan. Ik verwijderde de kinderen uit het huis wanneer het niet veilig was en probeerden om families te herenigen. Het was super zinvol werk en zeer hard. Later ging ik opvanghuizen zoeken. Ik trainde opvang- en adoptie ouders en deed de plaatsing. Ik coördineerde welke kinderen naar welk huis gingen, en herbeoordeelde de gezinnen en bood hun steun. Ik hield ongelooflijk veel van dat werk.”

De oud-student die ongeveer twintig jaar begrafenisdirecteur was investeerde heel wat medeleven in zijn werk:

“De mensen maken heel wat spottende opmerkingen, maar het werk schonk me voldoening. De mensen zijn in een ontredderde toestand wanneer ze aankomen om de laatste regelingen te treffen voor hun geliefden, en ik ben altijd een vriendelijke, sympathieke, geduldige persoon geweest. Mijn werk was een combinatie van elk talent dat ik heb. Het was een goede baan voor me, het was lonend op een spirituele manier. Ik heb een hele doos vol brieven van families die me bedanken om zo vriendelijk en nuttig te zijn – en om niet getracht te hebben ze te bedotten.”

Een vroegere student die een baan in een verplegingstehuis nam om haar universiteitsonderwijs te betalen vond voldoening toen ze in hoge mate betrokken raakte bij de cliënten en hun welzijn: “Ik organiseer activiteiten zoals knutselen, turnoefening, een hele boel dingen. De bewoners van het rusthuis zijn zwaar dement. Ik heb daar mijn eigen verdieping en ik geniet werkelijk van het werk.” Ze beschreef toen een incident dat de omvang van haar betrokkenheid illustreerde:

“Mijn verdieping is voor zwervers en mensen met gedragsproblemen. Op mijn verdieping zijn er twee vrouwen die eind 80 zijn. Ik noemde hun “mijn twee kleine zwervers” omdat zij altijd aan de wandel waren, maar steeds naar elkaar zochten. Zij weten niet op welke planeet wij leven, ze weten niet wat er gebeurt, maar zij kennen elkaar. Het beleid besliste hun te scheiden. Ik had een andere mening over het verhuizen van één en niet de andere. Ze besloten diegene te verhuizen die net terug was van het ziekenhuis en nog zeer teer was.
Op de dag van de verhuizing was ze zeer aangedaan, dus zei ik tegen één van de beheerders, “Ik heb iemand anders nodig in de recreatieruimte zodat ik haar kan helpen ” – u moet weten, ik had nog 20 of 30 andere mensen om voor te zorgen. Dus belde ze en iemand van de Sociale Dienst kwam naar boven en zei over mijn patiënt, “wie is Jean?” Dat is hoe goed ze hun cliënten kennen! Ik verklaarde de situatie. Ik zei, “ik weet niet wie dit besluit nam en ik heb geen enkele medische achtergrond, maar ik denk dat het een zeer slecht idee is omdat het beide zal aangrijpen en ik denk dat ze zo beiden bergafwaarts gaan. Jean is in een zeer slechte staat.
Goed, ik kreeg problemen omdat ik in het belang van mijn bewoners sprak. En dit is nog steeds aan de gang. Ik heb de families van de bewoners gezien – ze zijn allen erg aangedaan door deze situatie – en ik sprak er met hun over. Ik liet hun allen weten dat ik niet akkoord ging met wat de administratie had beslist. Dus nu ben ik aan het afwachten tot er een beslissing genomen wordt. Ik breng acht uren per dag met deze mensen door, en ik ken ze, en dan komt iemand binnen en zegt, “wie is Jean?” Dat klopt niet vind ik.”

De tevredenheid van het werken met kinderen met speciale behoeften is voor de volgende persoon belangrijker dan de moeilijkheden die deze baan met zich meebrengt:

“Wat ik op dit ogenblik doe is werken als vervangleerkracht, werkend met kinderen met speciale behoeften, ik vind dat leuk. Het loon is zo laag dat je zou kunnen zeggen dat ik vrijwilligerswerk doe. Ik moet niet echt werken op dit moment in mijn leven; ik doe het enkel omdat ik er zo van geniet.
De kinderen vinden het vreselijk omdat er een vervanger is en hoe zou die kunnen helpen? Zij kent de kinderen niet, en enkele van de programma’s waar de kinderen mee bezig zijn, zijn zeer ingewikkeld, met veel nuances. Het kan ook zijn dat kinderen met specifieke behoeften niet goed reageren op verandering en verschillende gezichten. Dat alleen kan hun soms al van hun stuk brengen; het is werkelijk moeilijk om een vreemdeling in hun midden te hebben. Het gebeurde een paar keer dat ik binnen kwam en dat mensen openlijk aangedaan waren. Op het eind van de dag was het van, “Dank u wel voor het komen!” Zij zouden even goed gezegd kunnen hebben, “We dachten werkelijk dat je een fiasco ging zijn.” Zo wordt het beloond.
Wat ik interessant vond is dat de mensen zich zeer snel realiseren dat ik wat ervaring heb, ik heb iets te bieden, en eerlijk gezegd ondervind ik dat ik gerespecteerd word als ik ergens kom. De mensen weten wanneer ik binnen kom dat ik geen blok aan het been zal zijn. Ik ga de baan aankunnen. Nu bellen de mensen en vragen rechtstreeks naar mij, waardoor ik me goed voel.”

De dienst aan andere mensen is een gemeenschappelijk punt voor alle oud-studenten die bezig zijn met onderwijs. De oud student die ballet danser werd en later dansinstructeur op universitair niveau had dit over zijn ervaring als leraar te zeggen:

“Ik had zoveel plezier toen ik het deed. Mijn studenten plaagden me; er werd naar mijn dansklassen gerefereerd als “filosofieklassen.” Dan zou ik zeggen, “Iedereen kan een tendu doen. Wie geeft daadwerkelijke om de beweging als het niets betekent? ” Dat was een beetje mijn stijl.
Het onderwijs is niet iets waar je onmiddellijke heel veel voldoening van krijgt. Twee jaar later kwam ik terug om iets te doen op de universiteit en ik kwam een oud-student tegen die zei, “Oh, mens, wat u me twee jaar geleden onderwees heeft een grote invloed gehad op hoe ik het leven in het algemeen beschouw.” Ze zouden zeggen, “Het heeft mijn leven veranderd, blah, blah, blah,” en ik zou denken, “God, waarom voelde het dan net aan alsof ik je tanden trok? Waarom kon je me destijds niks geven?” Met ouder worden realiseer ik me dat dat de manier is, en het niet gaat over onmiddellijke voldoening. Maar oh, soms is het wel zo. U weet wel, je hebt studenten die direct vertrokken zijn! Ze haken zich vast in je stijl. Tijdens de periode dat ik daar les gaf zag ik werkelijk mensen ontwikkelen. Ik gaf hun les in één klas en het volgend jaar zou ik ze dan opnieuw onderwijzen. Ik was in staat hun ontwikkeling te zien en er ongelooflijk van onder de indruk te zijn. Het was echt opwindend.”

De dienst was de eerste bron van tevredenheid voor een vrouw die, vrij letterlijk, naar het einde van de wereld ging om voor een NGO te werken:

“Ik had nooit harder gewerkt in mijn leven dan in Oost-Timor. De eerste drie maanden dat ik daar was, heerste er nog steeds een noodsituatie, en wij deden dagen van twaalf tot achttien uren, zeven dagen per week. Maar ik was zo energiek. Ik genoot van het werk en het moest gedaan worden. Als je een baan hebt achter een bureau kan het zijn als, “Och, zal ik het vandaag opbergen of morgen? Het kan tot morgen wachten, zonder probleem.” Maar wanneer de mensen op materialen wachten om een schuilplaats van te maken en tot dat wij dat brengen zij onder een zeil leven dat door de V.N. werd uitgedeeld, is het een geheel ander verhaal. Ik vond dat zeer uitdagend, zeer lonend, maar het zet je ook zwaar onder druk. Er waren dagen dat ik dacht dat het niet zou lukken. Mensen bekijken je en ze denken dat je hun materialen gaat brengen, zodat zij verder kunnen werken en een huis kunnen bouwen, en jij denkt, “Ik weet dat het nog minstens drie weken gaat duren eer deze materialen uit Maleisië of Indonesië gaan komen, en hoe verklaar ik dat aan deze mensen?” Dus het was zeer belonend, maar tezelfdertijd kon het zeer hard zijn. Ik nam het werk niet zo zeer persoonlijk op, maar ik trok het me wel aan, zoals wanneer dingen niet werden uitgedeeld toen het verondersteld werd, dat zeer hard was. Maar ik genoot eigenlijk werkelijk van het werk tot het einde.”

Het groepswerk en een gevoel van saamhorigheid waren bronnen van tevredenheid voor vele oud-studenten. De café-manager in een stedelijke muziekschool zag dit als primair doel van zijn werk:

“Voor mij was het café altijd een uitbreiding van de gemeenschap van de school. Voor ik hier begon te werken, hadden ze enkel voorgemaakte snacks, vies voedsel, en gewoon, bier en frisdrank. Ik veranderde het in een levendige, leuke plaats voor iedereen om te eten. Ik begon met het maken van een hele serie smakelijk voedsel. Ik hou de prijzen laag door met eenvoudige ingrediënten te werken en het voorbereidingswerk zelf te doen, eerder dan het kopen van voorverpakt, voorbewerkt materiaal dat je duur moet verkopen omdat je zelf een heleboel hebt moeten betalen. Mijn fundamentele idee was dat als mensen samen eten,het vanzelf een opwindend deel van de gemeenschap zal vormen. Eerder dan naar buiten te vluchten, blijven de leerkrachten nu binnen en eten met hun studenten aan tafel.”

De band die onder medewerkers die verantwoordelijkheid delen kan worden opgebouwd was belangrijk voor deze chef kok:

“Er is een echt showbizz aspect aan het werken in een keuken. Je zet een show op en je wacht tot de tijd komt, 8:00u, wanneer het diner gaat beginnen. Je stopt er al je energie in en dan dans je in de keuken voor een paar uren en dan is er dat ongelooflijke gevoel achteraf wanneer je het verwezenlijkt hebt. Er is een goede band tussen de chefs net zoals je dat ziet bij muziekanten in een groep. Het is een stelletje ongeregeld, dat ben ik zelf ook. Ze houden ervan een biertje te gaan drinken en verhalen te vertellen na het werk. Ik was erg op mijn gemak in die omgeving en het was echt een goede ervaring voor me.”

Een barman riep uit, “Opdienen was niets voor mij, maar achter de bar staan daar hou ik van. Het is erg leuk, je krijgt de kans om met mensen te praten.” De manager van een yoga studio genoot van haar werk wegens “het geven en nemen van alles. Iedereen lijkt te evolueren, enigszins samen en enigszins apart, en het is als een groep vrienden en een groep van mensen die elkaar helpen.” Een assistent manager in een supermarkt vond het “een vrij interessante baan. Er waren ongeveer veertig werknemers in de afdeling. Meer dan de helft van hun kwam uit andere landen, en sommigen van hen spraken nauwelijks Engels. Het was absoluut een leerervaring. Natuurlijk kan je mensen vinden om te vertalen, je leert dus niet echt de taal. Ik vond dat er zo vele vreemde verschillen zijn in de houdingen van mensen van verschillende culturen. De dingen die je als normaal beschouwt, zoals de manier waarop je een vraag zou formuleren, of manieren waarop je vraagt om iets, kunnen absoluut volledig verschillend zijn dan de manier waarop zij het zouden doen. Dus het was interessant om deze mensen te managen. Dat was niet iets dat ik ooit voorspelde dat ik zou moeten doen.”

Een turnleerkracht vond haar grootste voldoening in het bevorderen van kameraadschap onder haar studenten:

“Ik voel dat de vriendschap tussen de meisjes werkelijk belangrijk is in gymnastiek wat het tot het een teamsport maakt. Ik moet zeggen dat als een topgymnast me zou vragen, “Kan je me coachen als topgymnast?” ik hem waarschijnlijk aan iemand anders zou doorverwijzen. Aangezien wij op dit ogenblik geen andere topgymnasten hebben in onze turnclub, zouden zij uiterst geïndividualiseerd worden, en ik denk niet dat dat gezond voor hen zou zijn. Ik denk zij het gezelschap nodig hebben dat ze enkel kunnen krijgen van meisjes die door het zelfde ding gaan als zij op dat ogenblik.”

De relaties die hij ontwikkeld met cliënten is de belangrijkste factor waarom een directeur van een golfreis van zijn werk houdt:

“Wij hebben hier prachtige golfterreinen en ik hou ervan om ze te tonen aan mensen. Ik vind mezelf zo een beetje een golfambassadeur, of een vertegenwoordiger van de Kamer van Koophandel, omdat ik zo van het gebied hou. Ik breng mensen buiten en ik wandel met hun rond het golfterrein en ik vertel ze waar hun slagen moeten komen en zo kan ik ze ertoe brengen om tien of vijftien of twintig slagen beter te presteren dan als ze er alleen op uit waren gegaan. Het worden je beste vrienden. Ik doe zaken zoals het maken van diner reservaties op de terugweg van het golfen, ik vertel hun welke dingen ze zouden moeten bezichtigen. Het is dus meer dan enkel iemand naar een golfterrein brengen en ze daar afzetten.”

Waar ze niet van houden

Verscheidene oud-studenten maakten het duidelijk dat er dingen waren in bepaalde banen waar ze niet van hielden. Hun negatieve commentaren waren soms net zo verlichtend als hun positieve. Hier is bijvoorbeeld wat één persoon had te zeggen na zijn uitstapje in de wereld van warenhuis reuzen.

“Ik heb een aantal rare banen gehad, maar een belangrijke was werken voor een reusachtige supermarktketen. Dat opende mijn ogen nogal voor de bedrijfsstructuur en deed me realiseren dat ik het nooit opnieuw wil doen.
Hoewel er werken in het begin fijn leek, begon ik te merken dat het bijna vals scheen, een valse glimlach, terwijl achter de schermen, iedereen gestresst was tot op het breekpunt. Het gezicht dat ze opzetten was van “Hallo! Hoe gaat het met u vandaag!” Uh, is dat de manier waarop je je moest gedragen, maar het ging te ver omdat wij ons altijd zo moesten gedragen, zelfs tegenover elkaar. Als je in een slechte stemming bent, ben je in een slechte stemming. Je kon het niet tonen. Het was nogal raar.
Op het einde kon ik er niet meer mee om gaan. Dat soort druk was niet echt goed voor me, maar ik denk dat het over het algemeen zo is in warenhuizen. Het was een zeer stressvolle baan. Het geeft je een beter idee van wat er gebeurt wanneer je de volgende keer naar een winkel gaat.”

De bedrijfswereld was nauwelijks meer aantrekkelijk voor deze kunstenaar:

“Ik werkte een tijdje voor een reclamebureau en ik kwam precies te weten waar het om ging en hoe het hele programma werkte en de opeenvolging van wat je doet om in welke positie terecht te komen. Dat was zeer belangrijke informatie voor me. Ik besliste dat ik er niet echt van hield, en besloot mijn eigen zaken na te streven en ging freelance werken, wat vrij goed lukte.”

Eén persoon zei, ronduit, “Ik hou er niet van om in een bureau te werken van 9:00 tot 5:00 elke dag. Ik wil geen computerbaan meer. Dat is niet het leven dat ik wens te leiden.” Een andere kon niet verdragen wat hij ervaart als een atmosfeer van valsheid:

“Ik was een producentdirecteur bij een TV station. Ik leidde de nieuwsafdeling, bouwde een nieuwe set, had een jazz programma dat genomineerd was voor een Cable Ace Award. Daarna ging ik er weg en ging ik naar een station in de grote stad als redacteur, maar ik raakte ontmoedigd door het nieuws. Omdat het een grote leugen is dat je op de waarheid uit bent – dat het niet gaat over kijkcijfers, dat het gaat over het vertellen van de waarheid. En de echte waarheid is dat het enkel gaat over de adverteerders, en je wilt de verkeerde mensen niet kwaad maken. Het is een politiek spelletje. Ik deed ook zeven jaar het lokale nieuws, dus het grootste deel van mijn tijd was ik bezig met moorden en branden, enz., en ik vroeg me af, “Wie help ik hier nu eigenlijk mee?” Ik had het gevoel dat het enige wat ik dag in dag uit deed was het publiek deprimeren thuis.”

Een toegewijde vrouwenrechtenactivist zag een baan waarvan ze hield maar waarna ze totaal afknapte toen ze niet langer kon leven met de dagelijkse dreiging van gevaar:

“Terwijl ik bij een ziekenhuis voor geplande ouderschap werkte, hadden we daar een zware aanval. Een man brak in en sloeg de plaats kort en klein. Hij had geen pistool bij zich maar hij had een reusachtige baksteen die hij door het venster van de receptie wierp om in te breken, en een heel aantal van ons waren daar. Het was zeer eng. Het is een wonder dat niemand van ons werd gekwetst, omdat wij allen juist daar waren toen het glasvenster verbrijzelde. Na dit incident, dat gebeurde toen ik twintig jaar was, bleef ik bij de kliniek werken tot ik ongeveer vijfentwintig was. Ik was daar net begonnen toen dit gebeurde. Een jaar later ging ik weg – ik was compleet opgebrand, en ik nam een paar maanden verlof. Maar uiteindelijk ging ik terug omdat er een grap is in de kliniek: je gaat nooit weg. Dat gebeurde herhaaldelijk met het personeel. Ze gingen weg en kwamen dan terug een paar maanden later, een jaar later – de mensen kwamen altijd terug. Toen ik definitief wegging, zei de ziekenhuisdirecteur tegen me, “Hoeveel afscheidsfeestjes hebben wij georganiseerd voor jou?” Ik zei haar, “Ik heb er drie gehad.” Maar ik ben sindsdien niet terug geweest en ik plan ook niet terug te gaan. Sindsdien vind ik dat ik niet meer wil werken in een plaats waar mijn leven elke dag in gevaar is. De vrijheid van voortplanting is iets zeer belangrijks voor me, maar ik wil niet in een kliniek werken. Ik wil niet meer op die manier leven. Dus bewonder ik mensen die het doen, en ik ben trots op mezelf dat ik het gedaan heb, maar ik wil het nooit meer doen.”

Het gevaar en de corruptie waren ook de factoren die de persoon die voor een internationale NGO werkt wegdreven van één van haar taken:

“Tijdens één moeilijke taak in een derdewereldland, de eerste maanden waren daar fantastisch, en toen hadden we een probleem op mijn bureau waar ik ontdekte dat ongeveer 25% van het personeel fraude pleegde en probeerden om geld van het agentschap te stelen door medische voordelen. Het idee was dat als ze een arts moeten zien, ze een arts zien en dan krijgen ze een ontvangstbewijs, en worden ze terugbetaald. Maar de mensen schreven valse ontvangstbewijzen uit. Dus ik ontdekte wat er aan de hand was, deed wat onderzoek, sprak met de regiomanager, en toen moest ik heel wat personeel ontslaan, wat in iedere omgeving een vervelende zaak is. In een land waar 80% werkloosheid heerst en waarvan je weet dat de kinderen van de mensen honger zullen lijden nadat je hun ontslagen hebt, is zoiets uiterst moeilijk. Bovendien waren sommige stafleden zeer boos op me omdat ik het had ontdekt en ik had het voortouw genomen. Alhoewel ik niet degene was die de beslisisng nam hun te ontslaan, was ik wel degene die hun de deur moest wijzen, er was dus heel wat voormalig personeel die zeer ongelukkig met mij waren. De mensen gingen naar heksendokters, en spraken vloeken over me uit, en het werd allemaal wat vreemd. Dus wilde ik daar weg, niet zozeer omdat ik het comfort van thuis wilde, maar eerder omdat ik personeel had dat tegen me zei, “Luister, wees voorzichtig. Er zijn mensen die geen goede dingen doen.””

In een iets lichter kader besprak een persoon die veel van haar baan als verwijzingsbibliothecaris in een stadsbibliotheek houdt, de dingen die haar af en toe frustreren:

“Goed, ik heb soms van die dagen. Soms vind ik het oplossen van alle PC-problemen van mijn baan zeer vermoeiend. Mijn indruk is dat alle bibliothecarissen dat vinden als ik met mensen spreek of literatuur erover lees. Vòòr de computers, was het altijd het kopieerapparaat dat stuk was. De bibliothecarissen zijn over het algemeen mensen die goede opleidingen hebben gedaan en die geïnteresseerd zijn in ofwel het geleerde aspect ofwel het aspect van werken met mensen, en die zich dan eveneens geconfronteerd zien met deze machines.
Aangezien ik in een openbare bibliotheek werk, zie ik een breed spectrum van mensen, iedereen van kleuters tot hun grootouders, en daarom krijg ik een breder spectrum van vragen dan ik zou krijgen als ik in een academische job zou zitten. Ik krijg ook niet echt de meer geleerde soort vragen. Zo heb ik dagen dat het voelt alsof mijn hersenen verschrompelen. Inderdaad, ik zit op een openbaar dienstbureau en ik ben daar voor wat de mensen ook nodig hebben van me, inclusief “Waar is het toilet?”, wat een andere grote grap is onder bibliothecarissen. Wij gingen naar school om een Masters diploma te behalen zodat wij mensen kunnen vertellen waar de toiletten zijn.”

Eén oud student vertelde dat “zodra je iets voor elkaar krijgt wat winstgevend wordt, wordt het ook saai. Wat er gebeurt is dat na een tijdje de verveling toeslaat en dan doe je iets stoms, zoals het verkopen van het bedrijf.” Een direct verband tussen een negatieve houding ten opzichte van een bepaalde baan en zijn ervaring op Sudbury Valley School wordt uitgedrukt door deze vroegere student:

“Ik had een tijdje een werkelijk beroerde bureaubaan – zeer, zeer miserabel – waarin ik overweldigd werd van hoe de mensen nooit het gezag of het vertrouwen werd gegeven om hun werk goed te doen. Er was een bureaumanager, de eigenaar, die elk ogenblik over je schouder meekeek. Het was zeer storend. Ik realiseerde me dat dat de manier was waarop vele werkplaatsen gestructureerd waren, en ik veronderstel dat mijn bezwaar daartegen hetzelfde is als mijn bezwaren tegen traditionele school. Het idee dat mensen niet gewoon verteld kan worden wat gedaan moet worden en dat mensen alleen gelaten moeten worden om dit uit te voeren, maar dat mensen totaal gestuurd moeten worden, dat komt voort uit dezelfde cultuur die gecreëerd wordt door het traditionele schoolmodel. Het is duidelijk dat ik er geen pret in had, maar ik denk dat die baan een significante rol speelde bij het maken van wie ik nu ben. Ik denk dat het me realistischer maakte over hoe diep de filosofische kloof is tussen wat mijn mening is over de manier waarop je je leven leidt en dat van een groot deel van de wereld.”


 

Er is een goedkeuring gegeven om dit document vrij te kopiëren en te verspreiden, vooropgesteld dat de tekst niet is aangepast of ingekort en dat deze notitie in bijgevoegd. Voor meer informatie over SVS titels die elektronisch beschikbaar zijn, kijk regelmatig op de website van de Sudbury Valley School